Spanje als land van ¨drie culturen¨. Mythe vs. werkelijkheid
Een geïdealiseerde versie van de convivencia, de veronderstelde vreedzame samenleving tussen joden, moslims in christenen in Al-Andalus (711-1492)
Als veel mensen denken aan ¨Moors¨ Spanje (Al-Andalus) zien zij hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbare afbeelding als deze voor hun geestesoog verschijnen. We zien een geordende, schone en welvarende stad, met stenen gebouwen, geplaveide straten en stromend drinkwater. Bovendien zien we drie godshuizen op de achtergrond die geen mistverstand laten bestaan over de religieuze pluriformiteit van deze beschaving: een moskee, een synagoge en een kerk.
Om de ontwikkeling in wetenschap en filosofie én de kruisbestuiving tussen jodendom en islam te onderstrepen zien we op de voorgrond een islamitische en joodse geleerde met elkaar in gesprek: mogelijk heeft de joodse man een verzameling filosofische geschriften van Aristoteles onder zijn arm, of zouden het medische traktaten van Galenus zijn, of de geometrische berekeningen van al-Chwarizmi? Wellicht moeten we het in de religieuze hoek zoeken en draagt de man de Tora, of de rabbijnse commentaren daarop, onder zijn arm. Wie zal het zeggen?
De Spaanse cultuurhistoricus Americo Castro (1885-1972) introduceert het concept convivencia om deze werkelijkheid te duiden. De term kun je letterlijk vertalen als ¨samenleven¨. Convivencia verwijst naar een multireligieus samenlevingsmodel met als centraal kenmerk de verdraagzaamheid en tolerantie tussen de ¨drie culturen¨: joden, moslims en christenen. Dit samenleven van de drie monotheïstische godsdiensten is zonder meer een uniek kenmerk van het middeleeuwse Spanje.
Op een continent dat zich laat voorstaan op zijn christelijke identiteit leefden in één land joden, moslims en christenen eeuwenlang op hetzelfde grondgebied samen. Sterker nog: de islam was in dit deel van Europa niet alleen politiek aanwezig, maar de joodse gemeenschap beleefde er tevens de grootste bloeiperiode uit haar meer dan tweeduizendjarige diaspora. In dit opzicht onderscheidt Spanje zich van alle landen in West-Europa.
Vooral in de negentiende eeuw heeft deze periode een geromantiseerde en geïdealiseerde betekenis gekregen. Wie aan die romantisering hebben bijdragen en waarom dat juist toen gebeurde, is onderwerp van een ander blog. Toch is een zeker gevoel van romantiek precies het gevoel wat het plaatje hierboven oproept. Het doet denken aan een verloren gegaan paradijs. Maar aan dit beeld mankeert van alles. In dit blog wil ik daarom een poging doen tot nuancering.
“Convivencia is een multireligieus samenlevingsmodel met als centraal kenmerk de verdraagzaamheid en tolerantie tussen de ¨drie culturen¨: joden, moslims en christenen.”
In de eerste plaats veronderstelt de afbeelding een zekere gelijkwaardigheid tussen de drie godsdiensten, terwijl er in werkelijkheid steeds één dominante, heersende religie was. In Al-Andalus was dat de islam, vaak in haar soennitische variant, en in de christelijke gebieden het katholicisme, zoals bijvoorbeeld in het koninkrijk Castilië of León. De andere twee godsdiensten werden door de dominante godsdienst getolereerd.
Daarbij is het van belang te benadrukken dat het middeleeuwse begrip van tolerantie sterk verschilde van het moderne idee van tolerantie binnen een democratische rechtsstaat. In het middeleeuwse Spanje ging religieuze tolerantie namelijk gepaard met discriminatie en werden mensen die een ander geloof aanhingen dan het dominante geloof als tweederangsburgers behandeld.
Laten we kort stilstaan bij wat tolerantie nu eigenlijk betekent. Tolerantie betekent in essentie dat een machthebber (kerk of staat) religieuze overtuigingen toelaat die in strijd zijn met de officiële leer. De officiële leer was de staatsgodsdienst: zoals gezegd islam of katholicisme. In de middeleeuwen waren kerk en staat innig met elkaar verweven.
Vooral islamitische heersers waren tolerant. De islamitische machthebbers waren bij machte om joden en christenen te bekeren, maar zagen daar bewust van af. Met andere woorden, de emirs en kaliefen onderdrukten de neiging om anderen te onderdrukken, zoals de Nederlandse socioloog Kees Schuyt het tolerantiebegrip zo treffend omschreven heeft.
Tolerantie impliceert dus macht. Als je ergens tegen bent, maar er op geen enkele wijze iets aan kan doen, dan is er sprake van berusting. Van berusting is in dit geval geen sprake. De emirs en kaliefen hadden de militaire middelen om joden en christenen tot bekering te dwingen, maar ze waren bewust terughoudend en zagen hiervan af.
Tolerantie en convivencia kwamen daarom niet voort vanuit een ideaal van gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Elk van de drie religies gaat er immers van uit dat zij beschikt over de Waarheid. Geen convivencia, zoals de Amerikaanse historicus Brian Catlos het scherp formuleert, maar eerder conveniencia, een samenleving gebaseerd op pragmatisme, wederzijds voordeel en economisch eigenbelang.
“De socioloog Kees Schuyt beschrijft tolerantie als het onderdrukken van de neiging om anderen te onderdrukken.”
Bovendien was religieuze tolerantie ten aanzien van joden en christenen een gunst van islamitische heersers die aan bepaalde voorwaarden was verbonden. De prijs die joden en christenen moesten betalen om onder islamitisch bestuur in Al-Andalus te leven en hun geloof vrij te kunnen uitoefenen bestond onder meer uit fiscale discriminatie. Met andere woorden, joden en christenen betaalden een hogere belasting dan moslims om hun religie te mogen praktiseren.
Verder was er sprake van beperkte godsdienstvrijheid, omdat joden en christenen bijvoorbeeld geen nieuwe kerken of synagogen mochten bouwen. Kerkklokken mochten niet mochten worden geluid. En het moslimgezag kwam met een heel set aan regels die de maatschappelijke deelname van christenen en joden ernstig beperkten, zoals het dragen van bepaalde (luxe)kleding in het openbaar, zoals zijde, of het verbod op paardrijden.
Dit zijn allemaal voorwaarden die we vandaag de dag als volstrekt ontoelaatbaar zouden zien. Dat moet een reden zijn om deze periode nuchter te beschouwen en niet te zien als een premoderne verlichte samenleving.
Een jood (links) en een moslim (rechts) spelen een potje schaak. Afkomstig uit het Libro de los juegos (Boek der spellen), opgesteld door de katholieke koning van Castilië-León Alfonso X ¨de Wijze¨, ca. 1262.
Tot slot een laatste reflectie op het Spanje van de drie culturen. Waarom hebben we het hier eigenlijk over cultuur, terwijl het in feite over religie gaat? De Spaanse Arabist Emilio Gonzalo Ferrín stelt terecht dat er in Al-Andalus helemaal geen sprake was van drie culturen, ondanks de religieuze diversiteit. Hij stelt dat er in de hoogtijdagen van Al-Andalus nooit drie culturen naast elkaar hebben bestaan.
Er was slechts één cultuur dominant en dat was de Arabische cultuur. De Arabische cultuur lag als het ware als een deken over het lberisch schiereiland: ook dat maakt Spanje uniek in Europa. Spanje kende een intensief proces van arabisering, zowel in taal als in cultuur. Het Arabisch was de lengua franca van die tijd en verdrong langzaam maar zeker de dominante positie van het Latijn. Arabisch werd de taal van politiek, bestuur, wetenschap en literatuur. Christenen hielden de eucharistie in het Arabisch en joden schreven Arabische gedichten. Religieuze verschillen waren dus ondergeschikt aan de culturele suprematie van het Arabisch.
Ik zal er daarom voor waken om het ¨Spanje van de drie culturen¨ in mijn lezingen en colleges te romantiseren. Een romantisch beeld moet namelijk toegankelijk zijn en om toegankelijk te zijn moet je simplificeren. Simplificaties doen echter geen recht aan de historische werkelijkheid.
Bij Spaans Benieuwd willen we het verleden niet reduceren tot een karikatuur, maar deze nieuwsgierig en onbevooroordeeld onderzoeken. Achthonderd jaar politieke aanwezigheid van de islam op het Iberisch Schiereiland (¨Moors Spanje¨) en co-existentie tussen de drie religies vormden een complex, gelaagde en vaak dubbelzinnige werkelijkheid.
De positieve elementen waren reusachtig en mogen niet worden veronachtzaamd. De Omajjaden van Córdoba vestigden in de negende en tiende eeuw bijvoorbeeld één van de meest succesvolle vroegmiddeleeuwse samenleving in Europa. Tegelijkertijd waren er ook schaduwzijden, spanningen en wreedheden. Ik hoop binnen Spaans Benieuwd aan beiden recht te doen bij Spaans Benieuwd.
Laat duidelijk zijn dat geschiedenis nooit louter een neutrale verhandeling van feiten en gebeurtenissen is. Geschiedenis gaat ook over wat wij vandaag de dag willen zien in het verleden en welke verhalen wij daarover willen doorgeven aan toekomstige generaties.